De gebruuskeerde aars

vrijdag 31 december 2010

The very best of 2010

Lachen, gieren, brullen! Dat zijn nu niet echt de dingen die je doet bij het bekijken van het jaaroverzicht van de VRT-nieuwsdienst. "Een jaar in zak en as" is inderdaad een ondertitel die weinig aan de verbeelding overlaat. Maar desondanks moest en zou ik deze uitzending toch zien. De Prozac stond al klaar en de alcohol ook. Maar hadden ze mij toch weer goed liggen zekers: na alle ellende van het jaar sluiten ze compleet onverwacht af met een paar minuten beelden zonder commentaar... over de klimaatproblematiek.

Ik was er echt kapot van en niet enkel omdat dat echt mijn ding is. Je beseft zelf maar al te goed hoe dramatisch het allemaal dreigt te worden, maar als je dan zo een beeldmontage ziet, dringt dat alles nog eens extra goed tot je door. IJzersterk, maar enorm beklijvend.

't Is mooi geweest, nu beter...
Om dit drama een beetje te helpen verwerken, heb ik dan maar besloten een eigen -en stukken luchtiger- blog-jaaroverzicht te maken in de vorm van mijn persoonlijke top 10 (natuurlijk ook om mijn eigen God-complex bevestigd te zien, maar dat zal ik nooit toegeven). Hier komt het:

10. Geert blogt: Wie niet horen wil...
"En God schiep de mens naar zijn beeld en zette daarom de eerste idioot op aarde." Maar het is pas echt beginnen mislopen toen die idioten ook blogs zijn beginnen schrijven. Mea culpa.

9. Geert blogt: De kast - een vervolgverhaal
Wat begonnen is als een dom experimentje is uitgemond in een ware obsessie. Ik had nooit gedacht dat ik meer dan vier delen kon schrijven, maar het verhaaltje is zijn eigen leven beginnen leiden. Als het dan al niet veel waard is, ik geniet er nog steeds van om het plot in elkaar te puzzelen.

8. Geert blogt: Pour les Flamands la même chose
De kleine irritaties van het leven. Mijn posts zitten er vol van. Maar deze over de Media Markt overtreft toch mijn stoutste verwachtingen. Tot nu toe is dit de best scorende post en hij wordt nog geregeld gelezen. Wat mij wel stoort is dat je uit die post -met enorm veel kwade wil- zou kunnen besluiten dat ik een flamingant ben. Niets is minder waar. Zucht.

7. Geert blogt: Horror van bij ons
Ik ben zot van horror. Dat mag duidelijk zijn. Maar ik had er helemaal geen idee van hoeveel van dat spul er in ons eigen landje wordt gemaakt. Misschien hoopte ik wel ooit de eerste Belgische horrorfilm te maken. Nu blijkt echter dat ik dan serieus te laat kom. Al leidde deze zoektocht mij al snel tot de diepste riolen van de filmwereld.

6. Geert blogt: Mijn liefde voor 3D
Op een bepaald punt was mijn kruistocht tegen 3D het leitmotif van mijn blog. Ik ben nog altijd een resolute non-believer en denk dat er steeds meer signalen gegeven worden die bevestigen dat deze rage echt wel een rage zal blijven. Wat mij serieus ontgoocheld is dat 3D dan weer helemaal niet in de game-industrie lijkt door te breken.

5. Geert blogt: Tepellezen
Als het aan mij lag waren al mijn posts van dit kaliber. Inderdaad, het absurde kan mij mateloos motiveren. Helaas vrees ik dat niet iedereen bestand is tegen mijn hersenkronkels en dat menig lezer zichzelf spontaan zou beginnen opeten uit frustratie. Daarom, uit menlievendheid, probeer ik deze escapades te doseren.

4. Geert blogt: Met de billen bloot
Et voila, wat mezelf betreft denk ik dat dit de sterkste post is die ik heb geschreven. Ook omdat het voor mij ook een openbaring was eens dit ik in tekst had gegoten. Laat dus niemand meer beweren dat bloggen geen therapeutische werking zou hebben.

3. Geert blogt: Het sollicitatiegesprek
Over politiek blijk ik vaak met veel genoegen te schrijven. Maar weet dat mijn motivatie dan meestal ontspruit uit dat net-niet-helemaal-echt-kwaad-worden. Geloof me, toen ik aan deze post begon, was ik serieus in mijn gat gebeten door wat ik sommige van die politieke kakkers had horen beweren op de radio. Verdomme!

2. Geert blogt: De koning van de weg
Kort maar krachtig. Fulmineren over die BMW's heeft mij al veel succes opgeleverd aan vele koffietafels. Tijd om het even in een blog te gieten. Ondertussen heb ik al een paar keer geprobeerd om die impact te overtreffen, maar zonder veel succes. Helaas, ik ben over mijn hoogtepunt heen, blijkbaar... zucht.

1. Geert blogt: Videoblog
O wonder der ironie. Mijn nummer één blijkt een videoblog te zijn. Een dom experimentje dat gewoon perfect werkt (bescheiden blijven, Geert). Ik heb het al ettelijke keren herbekeken en nog steeds krijg ik een zondvloed aan binnenpretjes. Ook dit filmpje heb ik nooit kunnen overtreffen. Ach.



Voila, dat was 2010... althans voor mij. Maar alles kan beter... dus op naar 2011. Gelukkig Nieuwjaar!!!

woensdag 29 december 2010

De kast - een vervolgverhaal (deel 7)

[Tjonge, dit is nu al het zevende deel van mijn experimentje. Al had ik bij het eerste hoofdstuk geen flauw idee van waar ik zou terecht komen, nu kan ik zeggen dat de puzzelstukjes langzaamaan in elkaar beginnen te vallen. En ja, ik begin nu door te hebben hoe het zal eindigen. Ik vermoed nog een hoofdstukje of vijf en dan tracteer ik jullie op de 'grote' finale. Is dat niet mooi?]

Het beest kon zich nog net onder het bed van het kind verschuilen toen de lamp in de kamer aansprong. De vader liep regelrecht naar de hoek van de kamer, gestuurd door het geschreeuw van zijn dochter. Het moest zich inhouden om niet vanonder het bed te springen en hem naar de keel te vliegen. In een enkele ruk zou het de slokdarm uit dat lijf kunnen rukken. Alhoewel het helemaal niets aan het vlees had, want enkel het jonge en onbezoedeld vlees kon door het beest gebruikt worden, zou het toch genieten van het aan stukken te rijten. En van die weeïge geur. En de smaak van het bloed. Het zou voorlopig echter bij smachten blijven, want het licht vormde een onoverkoombare barrière. Best zich zo stil mogelijk houden, dus.


Toen het de blote voeten van de moeder zag verschijnen, begon het beest oncontroleerbaar te kokhalzen. Die geur was moordend voor het beest. Snel schuifelde het dieper onder het bed. Er was iets aan die moeders dat afstotend werkte. Het kreeg er geen vat op. Het wist wel dat, mocht het zijn tanden in dat moedervlees zetten, het zou vergaan in enkele seconden. Moedervlees en licht waren de grootste vijanden voor het beest.

De moeder begon hysterisch door de kamer te lopen. Ze verschoof een stoel, gooide dekens op de grond en ging op haar knieën voor het bed zitten. Een hand greep naar het laken dat over het bed hing. Het beest trok zich verder terug in de schaduw. Het lichaam van de vrouw blokkeerde het licht. Een tweede hand plaatste zich op de houten vloer. Het lijf van het beest begon te rillen.

“Petra,” weerklonk de stem van de man. De vrouw leek even te bevriezen alsof ze iets opmerkte, maar keek toen van het bed weg. Enkele seconden later verdween de vrouw weer uit het gezichtsveld. Het gevaar was geweken.

Het beest begreep er niets van. Dit was nog nooit gebeurd. Normaal gezien had het ’s nachts het rijk helemaal voor zich. Dan kon het voorzichtig uit de schuilplaats kruipen en rustig op het bed klimmen. Als het kind al wakker was dan was het gewoonlijk zo verstijfd van de angst dat het amper kon jammeren. Schreeuwde het toch dan moest het beest gewoon vlugger handelen en het kind verdoven met een snelle beet in de nek. Maar het tafereel dat er zich zonet afspeelde was nog nooit voorgevallen.

En dat was natuurlijk allemaal de schuld van de moeder. Het had al een onheilspellend voorgevoel gekregen toen het beest eerder die dag voor het raam was gekropen. Het was niet helemaal zeker, maar het dacht wel dat het kind recht naar het raam keek. Was het nog op tijd weggesprongen? Had het kind meer gezien dan het mocht? Misschien was het meisje door die flater wel voorbereid en had ze daarom die valstrik gelegd?

Neen, toch bleef het beest overtuigd dat het de moeder was. Het is altijd de moeder. Waarom was die anders dan blijven slapen? Was dat meer dan toeval? Was dat misschien een spelletje waarbij het beest werd uitgedaagd om zich te laten vangen? Het begreep er niets van.

Misschien was zijn vorige prooi misschien wel de aanleiding? Het sliep zo zorgeloos in dat bedje. Met zijn armpjes om een pluchen konijn gevouwen. Pas toen het beest zijn grote bek opensperde floepten de oogjes open, maar toen was het natuurlijk al te laat. Veel te laat. Een enkele beet volstond en dat was goed. Zo werd er niet al te veel bloed verspild, in tegenstelling tot daarnet. Neen, het belangrijkste was dat het beest de prooi zo ongeschonden mogelijk naar de schuilplaats kon brengen. Naar de kast.

Ondertussen was het weer stil in de kamer. De schaduwen dansten in de gloed van de lamp. Mocht het kunnen dan zou het beest zo snel mogelijk weer in die kast verdwijnen, maar helaas moest het nog geduld oefenen tot het licht werd gedoofd. De vingernagels van het beest krasten ongeduldig in de houten planken van de vloer. Het was trots op die handen. Bij iedere vangst gingen ze er immers steeds meer menselijk uitzien. Het zou niet lang meer duren of het transformatieproces liep op zijn einde. Nog een prooi of zes. Misschien zelfs nog minder. Zou het dan weer uit het duister kunnen ontsnappen? Zou het licht dan geen kwaad meer kunnen?

In de deuropening van de kamer verscheen een gestalte. Het beest kroop voorzichtig tot onder de voet van het bed om beter te kunnen zien. Inderdaad, het was de vader. Hij staarde voor zich uit, met zijn blik op oneindig. In zijn handen hield hij wat kleren en een sleutelbos.

“Kom, wat dichter. Kom, dichter. Dan kan ik je hart uit je lijf rukken,” dacht het beest vol van verwachting. Van puur enthousiasme gleed een vinger uit de schaduw van het bed. Bijna direct begon het vlees te sudderen en steeg er een ranzige geur van gebraden vlees op. Haastig trok het de hand weer onder het bed.

Plots schrok de man uit zijn roes door het geluid van een dichtslaande deur beneden. Ook het beest was even de kluts kwijt want voor het zich goed en wel realiseerde wat er gebeurde had de man het licht in de kinderkamer al uitgeschakeld en de deurklink vastgegrepen. In een wanhoopspoging sprong het nog naar voor, maar botste recht tegen de dichtvallende deur. Nu was de woede compleet. Het rende nog even als een wilde door de kamer en scheurde de teddybeer in stukken vaneen. Het sprong op de vensterbank in de hoop nog een glimp op te vangen van zijn gemiste prooi, maar het helblauwe flikkerlicht van de ambulance stak als naalden in de grote ogen van het beest.

Grommend liep het terug naar de schuilplaats, de ingebouwde kast. Toen het in de kast zat trok het woedend de deur dicht. De deur leek even dicht te blijven, omdat het slot helemaal uit het hout was gewrongen, gleed ze weer een stukje open. Door de kier kon je duidelijk zien dat de kast was gevuld met kleding en wat speelgoed. Van een levend wezen was geen spoor te bekennen.

WORDT VERVOLGD

maandag 27 december 2010

Toch niet weer over Léonard zekers

Zeer wijze mensen hebben mij al geadviseerd om aarsbisschop Léonard links te laten liggen. Het heeft toch allemaal geen zin. En gelijk hebben ze! Laat dat duidelijk zijn. Maar ik ben geen 36 jaar geworden om zomaar alle goeie raad op te volgen. Laat het uit! Neen, telkens ik de tronie van Léonard op televisie zie verschijnen, krijg ik nog weer goesting om met een kaasrasp zijn heimelijke glimlach van zijn smoelebakkes te schuren.

Smile! You're on camera!
Nu zijn er echt wel een paar bezwaren te vermelden bij bovenstaand voornemen. De kans dat ik zomaar Monseigneur Léonard tegen het lijf loop is al uiterst gering, laat staan dat ik dan toevallig een kaasrasp bij de hand zou hebben. Al wonen wij allebei in hetzelfde aarsbisdom, er zijn omzeggens geen locaties die wij beide frequenteren. Zeker na dat recent voorval van die ingestorte kerk, ben ikzelf al helemaal niet meer geneigd om zulk een wankel, edoch sacraal, bouwsel te bezoeken.

Maar laat ons aannemen dat deze ontmoeting toch mocht geschieden en ik perongeluk een kaasrasp bij me draag. Wel, dan moet ik nog steeds in de mogelijkheid verkeren om André danig te immobiliseren. Dit is zeker geen sinecure. Deze heilige vader wordt immers constant omringd door zijn volgelingen, zoals die hondstrouwe collega-bisschoppen en zijn niet mis te verstane woordvoerder die ervoor moet zorgen dat Léonard niet wordt misverstaan. Ik verwacht toch niet direct veel hulp van deze lieden.

Toch gaan we even uit van de veronderstelling dat ik hem netjes gevloerd heb. Waar zal ik dan beginnen raspen: de mond, de wangen of de neus? Als ik bij de mond begin bots ik al snel op de tanden. Niet ideaal, dus. Bij de wangen zit ik na enkele seconden al doorheen de stratum corneum of de dode huidcellen van de hoornlaag. Voor je het weet stoot je doorheen volledige epidermis en kom je de bloedvaten tegen. Dan is het uit met de pret, want het smerend effect van de bloed-vet combinatie maakt verder raspen tot een gigantische kliederboel. Om effectief te blijven zou je om de andere haal je rasp moeten afspoelen. Weer een niet aantrekkelijk bijverschijnsel, me dunkt.

Dan ben ik eerder voorstander om bij de neus te beginnen. Ook al krijg je redelijk snel een gelijkaardige knoeiboel omwille van al dat bloed, je hebt het niet te onderschatte voordeel dat er vlug kraakbeen aan de oppervlakte komt. En iedereen weet natuurlijk dat kraakbeen qua consistentie in niets te onderscheiden is van een goed stuk Gruyère. Een ware droom voor de fervente rasperaar, zowaar!

Och, nu we toch lekker bezig zijn, wil ik toch nog even waarschuwen voor een al te enthousiast raspgedrag. Daar waar opengereten bloedvaten al garantie zijn voor een vrij zompige ondergrond, staat dit amper in verhouding met de prut die je overhoudt na een gebarsten oogbol. Wees daarom voorzichtig als je in de buurt komt van zijn kijkers, want eens gebarsten kan je nog wat doorroeren, maar van raspen is dan helemaal geen sprake meer. Niet dat ik je dat genot wil afnemen, maar het ging hier wel over raspen, hé.

Nu ik er goed over nadenk, kom ik tot het inzicht dat mocht je niet voldoende tijd hebben om je daad te stellen een kaasschaaf misschien wel efficiënter is dan een kaasrasp. Een handige tip.

Tot zover mijn bedenkingen voor vandaag. Ik moet nu afsluiten, want ik heb nog een afspraak met mijn psychiater. Salut. Waar heb ik mijn kaasrasp nu weer gelaten?

zaterdag 25 december 2010

Maak dat de kat wijs

Waarom moesten ze net nu gaan verhuizen? Natuurlijk had hij wel gehoord dat deze volksverhuizing was opgelegd door hogerhand, maar echt het fijne wist hij er niet van. Het zou iets met een volkstelling te maken hebben of zoiets. Nah, politiek was niet echt zijn ding. Geef hem maar een paar stukken hout en een hamer en hij is tevreden, meer heeft hij echt niet nodig.

Nu ja? Een huisje, tuintje en kindje zouden ook nog wel leuk zijn. Maar dat zal nog wel lukken, zekers? Zijn verloofde zit immers in amazonezit op de ezel die naast Jozef loopt. En bovendien is Maria nog hoogzwanger ook. Maar hij mag daar niet teveel over nadenken.

"Ik wil een Playstation voor mijn Kerstmis!"
Je kent dat wel: je loopt dagen aan een stuk door de woestijn te trekken en na een tijdje beginnen je gedachten zomaar naast je te lopen. Plots spoken dan van die gekke hersenkronkels rond. Zo van: “Waarom eten wij elke 25ste december toch kalkoen?” en “Zou het niet handiger zijn om de jaren te beginnen nummeren?”. Maar dat was nog te doen. Erger is de vraag die nu al een paar kilometers aan als een loops hondje aan zijn benen kwispelde.

Nu was Jozef maar een simpele timmerman, maar toch begon hij nu echt wel te twijfelen aan zichzelf. Hij herinnerde het zich nog alsof het gisteren was. Hij was net een extra dwarsbalkje aan het bijschaven voor de sauna van zijn beste klant P. Pilatus, toen zijn aanstaande vrouw thuiskwam met een glimlach op haar gezicht om paraplu tegen te zeggen.

“Wat is er schatje?”

“Oh, nikske Jo’ke… ik ben gewoon vrolijk.”, antwoordde Maria terwijl ze haar roze pumps in het door Jozef zelfgemaakt schoenenrekje zette.

“Drukke dag geweest in de groentewinkel?”

“Zwijg me d’er over. Ze hebben de ganse dag aan mijn meloenen gezeten.”

“Waren die dan in promotie?”

“Dat zou je zo kunnen je zo noemen, ja.”

“Ah.”

“Et per via, Jo. Ik denk dat ik onbevlekt ontvangen ben”, vermelde ze nog teloops alvorens het waskot in te duiken om haar strings uit te spoelen.

Nu negen maanden later begon Jozef toch wel een beetje te twijfelen. Was hij niet een beetje te goedgelovig geweest? Hij had het haar meermaals gevraagd, maar steeds kreeg hij een ontkennend antwoord. Toch bleef de twijfel knagen. Zo erg zelfs dat hij nu bijna zeker was dat zijn vrouw hem iets op de mouw had gespeld.

Hij kijkt even opzij naar zijn vrouw. Diep in haar ogen denkt hij de waarheid te lezen. Nu is hij zeker. Ze maakt hem niets meer wijs. Gedaan met de sukkel te spelen. Hij schraapt zijn keel en zegt kordaat:

“Maria! Ik geloof er geen snars meer van! Wat je ook durft beweren, ik ben overtuigd dat het schoenenrekje helemaal niet hoog genoeg is voor je pumps! Voila!”

Blijgezind zette zij hun tocht naar Bethlehem voort.

Vrolijk kerstfeest voor iedereen!

donderdag 23 december 2010

Fuck Christmas

“Oh, jingle bells, jingle bells
Jingle all the way
Oh, what fun it is to ride...”

Ik schrik wakker en knipper met mijn ogen. “Oef, gelukkig was dat maar een droom”, denk ik nog bij mezelf terwijl ik zie dat door het raam een hel wit licht naar binnen schijnt. De sneeuw is vannacht weer met bakken naar beneden gevallen. Maar dan merk ik dat er nog iemand in de kamer staat. Ik knipper nog eens.


Where can I hang my
Christmas balls?
Jawel, een knappe jongeman van ongeveer 19 jaar staat poedelnaakt aan de voet van mijn bed. Nu ja, dat tijgerslipje reken ik helemaal niet tot de categorie van kledingstukken, zeker niet omdat het iets teveel moeite had om het enthousiasme dat erachter schuil ging te verbergen. De onbehaarde torso was netjes afgetraind zonder al te uitgesproken spieren. Diepblauwe ogen keken mij verleidelijk aan. Het puntje van zijn tong streelde onbewust de binnenkant van de bovenlip. Hij glimlachte naar mij en zei:

“Ik ben de geest van het verleden en zal je laten voelen dat er meer is dan kerstballen alleen.”

Als een wulps luipaard sprong hij op het bed en deed met mij dingen waarvoor de woorden nog moeten uitgevonden worden. Het was dan ook niet te verwonderen dat ik een tweetal uur later uitgeput, maar voldaan weer zalig aan het indommelen was.

Ik had bijna de strijd tegen de slaap opgegeven toen ik een tweede adonis voor mij zag verschijnen. Deze keer was de gast al een beetje ouder. Iets vertelde mij dat een schatting van 36 jaar wel eens perfect in de roos kon zijn. Ook hij had amper kleren aan, enkel een zwarte slip van Punto Blanco waaruit bleek dat hij nog meer in petto had dan zijn jongere voorganger. Uit zijn mysterieuze doordringende blik bleek bovendien dat hij wel eens heel veel ‘ervaring’ zou kunnen hebben.

“Ik ben de geest van het verleden en zal je laten voelen dat ik geen kerstslingers nodig hebt om jou te versieren.”

Oh my God! Zoiets had ik nog nooit meegemaakt. Hij begon erg intiem en ontspannen met een heerlijke massage maat bouwde dan kordaat op tot een absoluut hoogtepunt waarbij registers werden opengetrokken die niemand voordien ooit had beroerd.

En of ik een kadootje heb meegebracht...

Ik was compleet afgepeigerd en begon zowaar mijn hekel aan Kerstmis in vraag te stellen. Ik trok volledig ontspannen knus mijn hoofdkussen tegen me aan en genoot nog intens na van die momenten van opperste genot.

Toen hoorde ik plots een metalig rinkelend geluid. Ik rook ook een intense doordringende geur. Die kende ik ergens van. Niet? Ik trok met veel moeite een oog open en nam een schim in mij op. Ik was zo vermoeid dat ik amper deze informatie kon verwerken. Man. Ouder. Misschien wel 50. Bierbuik. Zwart. Riemen. Harnas. Kettingen. ZWEEP. MASKER.

Plots schoten beide ogen wagenwijd open.

“Ik ben de geest van de toekomst en zal je laten voelen dat je nog meer kan doen met een piek dan hem bovenop een kerstboom te steken.”

Paniek maakte zich meester van mij en kroop snel naar de bovenzijde van het bed… weg van die verschijning, waarvan ik tot mijn grote angst ook kon vaststellen dat hij er enorm veel zin in had. Ik zag nog net dat hij aan iets draaide waarna vreselijke muziek doorheen de kamer werd gejaagd.

“Oh, jingle bells, jingle bells
Jingle all the way
Oh, what fun it is to ride...”

Ik schrik wakker en knipper met mijn ogen. “Oef, gelukkig was dat maar een droom”, denk ik nog bij mezelf terwijl ik zie dat door het raam een hel wit licht naar binnen schijnt.

dinsdag 21 december 2010

Zand erover

Eens om de zoveel tijd duikt er wel een rare filmmaker op die het warm water uitvindt door een van de belangrijkste regels van de stiel aan zijn botten te lappen en een volledige film op één enkele locatie te draaien.

Tiens, waarom zou dat nu een absolute not-done zijn?

Oo, hoe schattig... en helemaal off-topic.
Nou, als je merkt dat je publiek zo verveeld en gefrustreerd raakt dat ze massaal de cinemastoeltjes beginnen op te fretten, dan moet je toch al een hint krijgen, niet? Nu zijn die zeteltjes in de Kinepolis serieus gezoet door al die liters cola die ze in de loop der jaren over zich hebben gekregen, maar echt geschikt voor gourmet zullen ze wel nooit worden.

Dus… bad, bad idea!

Nu is er geen slecht idee of er staat iemand al klaar om het in het extreme te trekken. Zo speelt momenteel een Engelstalige Spaanse horrorprent van Rodrigo Cortés in de zalen met de mysterieuze titel Buried.

Wacht even. Het gaat hier toch niet over zo’n film waar iemand levend in een doodskist onder de grond ligt?

Jawel. De ideale inzet voor een spannende kortfilm, maar dodelijk voor een 95 minuten durende film. En dat mag je in dit geval letterlijk nemen. De camera komt gedurende de volledige duur van dit ding niet uit die houten kist. En der is daar inderdaad maar plaats voor één enkele acteur. Laat staan plaats voor meubelkens.

’t Zal inderdaad geen dure productie geweest zijn, zekers?

Slechts 17 draaidagen in een studio in Barcelona en dan heb je nog een budget van drie miljoen dollar van doen. Je vraagt je af waarom dat in een studio moest, terwijl je evengoed die kist in je living kon zetten, tiens.

Maar de plot was dan wel geniaal?

Oordeel zelf (mijn excuses voor de spoilers):

  • Paul, een aannemer die in Irak werkt, wordt wakker in een kist. Hij heeft dan al problemen om te ademen, maar probeert zuurstof te sparen. Een uur later zit hij nog steeds in die kist, maar ademt al veel vlotter.
  • Geen licht in de kist. Ah, gelukkig heeft hij een aansteker… die hij dan minutenlang in zijn pollen houdt en dit zonder zijn fikken te verbranden.
  • Ola, hij vindt een smartphone, maar de batterij is bijna plat. Menige puber en schoonmoeder ontbreekt het aan stamina om zolang als Paul aan de telefoon te hangen. Nu ja, hij heeft weinig beters te doen, niet? Maar van die platte batterij hoor je niets meer.
  • De gsm staat op Arabisch ingesteld, maar je moet wel bevestigen met Yes/No. Ach, dat neem je er natuurlijk graag bij als je voldoende breedbandontvangst krijgt om Youtube-filmkes te posten midden in de woestijn en begraven in het zand.
  • Paul doet een dutje, wordt wakker en ontdekt dat er een slang in zijn kist is gekropen. Kan gebeuren, natuurlijk. Hoe lost hij dat op? Hij vindt een flacon alcohol, spuit wat van dit brandbaar product op de slang, zwaait met de aansteker en… whoosh, weg is de slang. Ook het weinige beetje zuurstof is foetsie, maar blijkbaar toch niet.

Troost u: de pers is alvast laaiend!

“Crazy-good thriller” - “A brilliantly twisted suspense thriller that would have made Alfred Hitchcock proud!” – “Buried is one hell of a nightmare” - “A masterpiece in invention and surprise!”

Ik zal wel iets gemist hebben zekers. Trouwens, surprise betekent hier dat de hoofdrolspeler dan toch nog sterft op ’t einde. Oops, sorry.

Dus als je nog eens zin hebt in een goe stuk cinemazetel, dan is Buried echt wel een aanrader. Maar neem dan niet zetel 13 van rij 10 in zaal 7 van Kinepolis Leuven. Volgens mij heeft daar nen bejaarde tegen geswaffeld. Die nasmaak krijg ik maar niet uit mijn mond.

zondag 19 december 2010

Wij zijn geen dutskens

Ondanks dat het zwaard van Damocles boven het VRT-gebouw lijkt te hangen in de vorm van drastische besparingen, blijven de programma’s die het produceert geweldig scoren. En dan heb ik het niet enkel over de kanonnen zoals De allerslimste mens ter wereld en FC de kampioenen, maar vooral over de pareltjes In godsnaam, De school van Lukaku, Zonde van de zendtijd, Duts, Duts en... ah, ja Duts natuurlijk.

"Niets waaraan ons televisielandschap zo’n behoefte heeft als aan eigenzinnigaards. Dat Canvas een kans geeft aan Herwig Ilegems — een buitenbeentje uit de theaterwereld dat dankzij een bijrol in Van vlees en bloed opeens B.V. geworden is — valt dus toe te juichen." - De Standaard

De publieke omroep is nog steeds
van deze tijd... alhoewel?
Dit soort programma’s maakt helemaal geen kans om op de huidige commerciële zenders geprogrammeerd te worden omwille van de zogeheten ‘niche’-doelgroepen. Inderdaad, die creaties zijn niet voor ieders smaak, maar dat is vaak nog hun grootste troef. Ze zetten aan het denken en verleggen grenzen. Iets wat je van de zoveelste gebrek-aan-talentenshow niet kan zeggen. Het zou echt wel zonde zijn om dit soort vernieuwende, vaak experimentele programma’s te moeten missen?

Over dutskens gesproken: volgens het boekje “Live or let die” van volksvertegenwoordiger Carl Decaluwé (CD&V) zullen zenders als VRT en VTM in de toekomst ophouden te bestaan. Daarom is het volgens hem noodzakelijk om nu al te erkennen dat VRT zal gereduceerd worden tot een simpel openbaar productiehuis in plaats van een publieke zender. Carl gaat ervan uit dat public broadcast gaat evolueren naar public content.

De kijker zal in de toekomst zelf zijn ‘menu’ samenstellen. Bedrijven als Telenet en Belgacom zorgen dan wel dat zowel publieke als commerciële programma’s aangeboden worden op hun systeem. Geen behoefte meer aan generieke zenders zoals één, canvas, vtm, 2be of vt4. Weg ermee!

Van het lineaire tv-aanbod, waarbij de programma’s rechtstreeks en netjes opeenvolgend worden uitgezonden, is dus helemaal geen sprake meer. Lineaire programmatie wordt volgens Carl volledig verdrongen door video-op-aanvraag (video-on-demand).

Klinkt allemaal heel erg overtuigend en vele media-experts worden wild van dit soort scenario’s. Maar komt het ooit wel zover? Zullen wij binnenkort allemaal naar Youtube kijken in plaats van de huidige zenders?

Voor dit programma ook in video-on-demand gaat werken,
moet er nog diep nagedacht worden.
Een belangrijke aanname in de bovenstaande these is dat de consument bereid zal zijn om zelf door het aanbod te gaan snuffelen en zijn eigen programma’s te kiezen. Het gaat hier over een aanbod dat nu al gigantisch is en in de komende jaren alleen maar kan groeien en dat vooral omdat de productiekosten zullen blijven dalen.

Velen gaan die keuzevrijheid inderdaad met beide handen aangrijpen, als ze het nu al niet doen. Er worden nu al massale aantallen illegale downloads van tv-series geregistreerd op torrent-sites. Maar was dit niet een publiek dat sowieso minder vatbaar was voor lineaire televisie?

Misschien wordt hier wel een belangrijke doelgroep over het hoofd gezien. Ik heb het hier over de mensen die ’s avonds thuis komen, moe in de zetel ploffen en gewoon door één druk op de knop ontspannende programma’s op hun televisie willen toveren. Liefst nog programma’s waar ze de dag nadien over kunnen praten op 't werk.

Deze groep neemt wereldwijd zelfs nog lichtjes toe. Momenteel telt lineaire televisie 4 miljard gebruikers. Ter vergelijking: er zijn wereldwijd 2 miljard internetgebruikers.

Uiteraard gaat het televisiemedium sterk wijzigen in de komende jaren. Zo zal internettelevisie ongetwijfeld erg populair worden (meer nog dan 3-D televisie, ahum). Via het internet kan je op je televisiescherm tv-programma's opvragen of op internet surfen. Die rage valt niet meer te stoppen.

Maar merken zoals één, canvas en vtm zullen zeer waarschijnlijk ook hun waarde blijven behouden, al was het in een lichtjes gewijzigde en meer moderne vorm. Video-on-demand heeft immers nog een lange weg af te leggen alvorens het kan concurreren met het talk-of-the-day-effect van lineaire televisie, denk maar aan de allerslimste mens. Rechtstreekse event-gebaseerde programma's hebben bovendien nog steeds geen beter alternatief medium gevonden.

WORDT HOOGSTWAARSCHIJNLIJK VERVOLGD

vrijdag 17 december 2010

De viswijven gaan naar de haaien

“Lekker verse vis! Mevrouwke, profiteert ervan, zene.”

Zeeduivel: Gevangen door bodemsleepnetten met enorme hoeveelheden bijvangst. In de oostelijke Atlantische Oceaan zijn de bestanden al vele jaren uitgeput en wetenschappers hebben het advies gegeven om het vissen te staken.

Honderden biologen bestuderen dagelijks de vispopulaties in de Noordzee en naburige wateren. Op basis van deze data formuleren zij adviezen die op zich al een soort wetenschappelijk compromissen zijn. Slimme lidstaten kunnen ervoor zorgen dat deze adviezen al een beetje ‘getuned’ worden naar hun eigen economische realiteit. Maar vermits dit onethisch zou zijn, gebeurt dit uiteraard nooit. Ah nee!

Wat een joekel(s)...
Tonijn: Gevangen door ringnetten met enorme hoeveelheden bijvangst. Op de lijsten van de World Conservation Union (IUCN) staat de zuidelijke blauwvintonijn geklasseerd als met uitsterven bedreigd. Tonijnkweken is afhankelijk van jonge tonijn die levend wordt gevangen in het wild en dan in kooien gehouden wordt met kunstmatige voeding. De laatste jaren zit tonijnkweken in de lift en dat oefent nog meer druk uit op de reeds uitdunnende bestanden van wilde tonijn. De kwekerijen gebruiken grote hoeveelheden andere wilde vis als voeding - ongeveer 20 kg vis om 1 kg tonijn te produceren.

De Europese ministers van Visserij zijn van goede wil en bereid om de wetenschappelijke adviezen als een ‘leidraad’ te gebruiken om de visquota voor het komende jaar te bepalen. In het achterhoofd houden zij, nobel als ze zijn, het voortbestaan van de vispopulatie in gedachte, maar de economische belangen laten zich ook een heel klein beetje veel gelden. Het uiteindelijke resultaat is een ‘harmonisch en evenwichtig compromis’. Natuurlijk moeten diezelfde ministers ook op een beetje begrip kunnen rekenen. Het spreekt immers vanzelf dat ook de visjes dienen rekening houden met dit compromis en toch even nadenken voor zijn beslissen om zomaar uit te sterven.

Kabeljauw: Gevangen door bodemsleepnetten met enorme hoeveelheden bijvangst. Alle voorraden staan geklasseerd als overbevist of bedreigd of niet-duurzaam beheerd.

Eens de quota bepaald, dienen de lidstaten er zelf voor te zorgen dat ze correct nageleefd worden. En het dient gezegd: er zijn ‘enkele’ lidstaten, waaronder België, die dit dan ook correct uitvoeren. Het jonge overkoepelend Europees controlemechanisme functioneert amper, want controle is duur. Besef je wel wat dat betekent: zo elke dag boten de zee op sturen om de vissers te gaan controleren? Het is dan ook niet onbegrijpelijk dat sommige landen deze quota’s aan hun laars lappen. Er zijn wel belangrijkere problemen op te lossen, niet?

Tong: Wetenschappers beschouwen het vangstniveau voor tong in de Noordzee, de Keltische Zee, het Skagerrak en het Kattegat als duurzaam, maar het vangstniveau in de Ierse Zee, het westen van het Kanaal en de Golf van Biskaje is volgens hen niet houdbaar. Schol wordt gevangen met behulp van boomkorren. Tot 70 % van de vangst is ongewenst en wordt dood of stervend weer in zee gegooid.

Wat een bijvangst!
Quota’s impliceren dat wanneer de visser een bepaald quota voor een bepaalde vissoort heeft bereikt, hij de niet rechtmatig gevangen vis weer teruggooit. Deze zogeheten ‘bijvangst’ voelt zich allerminst als een vis in 't water en is meestal (90%) ten dode opgeschreven. De meest courante vismethodes zijn gebaseerd op netten en hebben dan ook immense hoeveelheden bijvangst tot gevolg, soms tot 70%.

Pladijs: Schol wordt vaak gevangen met behulp van boomkorren (zie tong). Het bestand in de Ierse Zee is het enige dat als gezond staat geklasseerd en een duurzaam niveau van bevissing kent. Grote, volwassen schollen zijn nu heel zeldzaam geworden.

Het begrip dagverse vis kan men nu al uit de woordenboek schrappen, want vissers moeten steeds verder op zee uitvaren omdat de kusten nu al leeggevist zijn. Binnenkort kunnen we misschien ook het woordje vis schrappen. Gelukkig hebben we het woordje tentsletje als waardige vervanging.

“Sprot. Kabeljauw. Haring. Pladijs. Het is nu de moment, meneerke. Want ’t zijn de leste!”

woensdag 15 december 2010

Het tijdperk van de egofiel

Van de 144 epistels die ik tot nu toe voor mijn blog heb geschreven zijn er 17 die handelen over de masturbatorische wereld van de politiek. Dat is net geen 12 procent. Op zich vind ik dat nog geen slechte prestatie, wetende dat ik eigenlijk helemaal geen politiek beest ben.

"Hoe ik haar heb laten klaarkomen? Wel..."
Meer nog, telkens het moment weer daar is dat ik word uitgenodigd om een bolletje te kleuren (volgende afspraak 13 januari 2011), kom ik steevast tot de vaststelling dat er in de Belgische politiek geen enkele partij is die mij echt enthousiast kan maken. Uit pure wanhoop stem ik dan weer op Groen! en dan nog enkel omdat ik de magere illusie koester dat die compromis-idealisten nog wel een paar centimeter verder kijken dan hun wijsneus lang is. Wat zeker niet hetzelfde zeggen wil als dat ik volledig akkoord ga met hun programmapunten. No way.

Maar soit, 17 keer heb ik mij ‘nerveus-maar-nog-net-niet-kwaad’ gemaakt over de complete [vul in naar believen: doel, nutte, inspiratie, visie, ...]-loosheid van al die geblutste kweeperen in 't parlement en 16 keer eindig ik met een gevoel van machteloosheid.

Ja, vandaag ben ik vastbesloten: deze post gaat niet in mineur eindigen. Neen, er is immers reden tot groot feest. Hoera!

Na ruim zes maanden gebakkelei over financieringswetten en pseudo-gekrenkte egofielen mogen wij collectief blij en verheugd zijn niet in Italië wonen.

Jawel, op onze blote knieën moeten wij Di Rupo, De Wever, Beke, Genez, Van Besien, Milquet en konsoorten danken omdat zij niet Berlusconi heten. Je zal maar Italiaan zijn en vastbesloten die geile ouwe zak van een Berlusconi zonder pardon weer op te hijsen mocht hij ooit van zijn gulden regeringstroontje sukkelen. Welke absurde kronkels moet je dan wel in je hersenpan hebben liggen?

"Mussolini? Ach die valt wel mee..."

Onze politieke analisten hebben er alvast een antwoord klaar: “Berlusconi is voor vele Italianen dé uitvergroting van alle gebreken waaraan ze zelf lijden. Daarom herkennen ze zich zo goed in hun huidige leider.”

Tja, zit ik er veel naast als ik dit laatste niet zo flaterend zou vinden mocht dat over mezelf gaan? Misschien vergis ik mij en is een regeringsleider met ballen echt wel de ultieme politieke Messias, zeker als bepaalde minderjarige tentsletten hiervan letterlijk kunnen getuigen. Misschien is een tweepartijensysteem ala “ikke tegen al de rest” wel het summum van een doordacht beleid. Misschien snap ik het niet zo goed als ik De Wever's commentaren in Der Spiegel onmogelijk kan laten opwegen tegen het onovertroffen opmerkingsvermogen van Silvio.

Een bloemlezing:
  • Naar aanleiding van de verkiezingen in Amerika noemt Berlusconi Obama mooi, jong en gebruind.
  • Na het nieuws van de aardbeving in Abruzzo die meer dan 200 doden eist in april 2009 steekt Berlusconi de Abruzzese bevolking, genoodzaakt tot een tijdelijk onderkomen in tentenkampen, een hart onder de riem met jullie moeten het beschouwen als een weekendje op een camping.
  • In september 2001 flirt Berlusconi met de islamitische na de uitspraak dat de westerse beschaving superieur is aan de Islamitische cultuur.
  • In 2003, als Berlusconi debuteert als voorzitter van de EU vergadering, maakt hij een zeer goede eerste indruk als hij vindt dat de Duitse socialist Martin Schulz zeer geschikt zou zijn voor de rol van Kapo in de nieuwste film over de Holocaust.
  • Tegen de Italiaanse krant La Voce di Rimini zegt Berlusconi in 2003 dat zijn landgenoot Mussolini, in tegenstelling tot Saddam Hussein, best wel mee viel.
Dus als je de Belgische politiek weer even niet meer ziet zitten (dat overkomt mij slechts enkele keren per dag), denk dan maar: gelukkig is het niet zo erg als in Italië. Oef! Bij mij helpt dit alvast zeer goed...

...tot ik Didier Reynders bezig zie, natuurlijk.

maandag 13 december 2010

Ordelijke wetten

Dat Sadi Carnot niet ouder werd dan 36 jaar hebben jullie al onthouden uit deze post. Maar wie was nu deze Carnot?

Deze toffe pee heeft in 1825 zomaar even de aanzet gegeven tot een compleet nieuwe wetenschappelijke discipline: de thermodynamica. Inderdaad, de tweede wet van de thermodynamica is van zijn hand.

Een mooi voorbeeld van hoe
entropie spontaan stijgt.
Trouwens, omdat het wel redelijk stom was om alleen maar een tweede wet te hebben, voegde Rudolf Clausius daar 25 jaar later nog de eerste wet aan toe. Deze eerste wet, oftewel de wet van behoud van energie, dicteert dat het onmogelijk is om energie uit het niets te laten ontstaan of in het niets te laten verdwijnen. Bye, bye, perpetium mobile van de eerste orde. Om helemaal compleet te zijn vermeld ik nog dat er ondertussen ook een nulde en een derde wet is neergeschreven. Voila.

Maar we hadden het dus over de wet van Carnot:

"De tweede wet van de thermodynamica stelt dat processen alleen spontaan zijn als ze de totale entropie van het universum vergroten."

Ah, en dit brengt mij tot een van mijn favoriete begrippen uit de wetenschap: de entropie (S). Het is een maat voor de wanorde of de ontaarding in een systeem. Een klassiek voorbeeld is een smeltend ijsblokje. De watermoleculen zitten mooi geordend in het ijs waardoor de entropie of wanorde lager is dan in het smeltwater, wat eigenlijk maar een chaotisch boeltje watermoleculen is. Het ijs smelt spontaan dus de entropie stijgt. Wil je water laten bevriezen dan zal je arbeid of energie moeten toevoegen om de entropie weer te laten zakken. Deze arbeid is enkel maar mogelijk indien het ergens anders de entropie doet stijgen. Inderdaad, alhoewel een ijskast energie onttrekt aan haar inhoud, moet je er toch serieus wat energie insteken om dit te laten gebeuren. Een andere formulering van de tweede wet is: in een gesloten systeem kan de entropie alleen maar gelijk blijven of toenemen.

"Maar wat met die Reversed Laminar Flow?"



Op het eerste zicht lijk hier de entropie spontaan te dalen, maar niets is minder waar. De entropie daalt, maar niet spontaan. Of je nu links of rechts aan dat hendeltje draait, je blijft energie in het systeem steken. Terugdraaien betekent dus niet dat je de energie er weer uithaalt. Het merkwaardige aan dit experiment is dat er een duidelijk geheugen in het systeem achterblijft van hoe de toestand was bij lagere entropie.

Tja, nu heb ik lange tijd de tweede wet van de thermodynamica compleet verkeerd begrepen. Ik gebruikte ze vol overtuiging om mijn ouders duidelijk te maken dat het opruimen van mijn kamer een compleet nutteloze activiteit was. Mijn redenering was dat de universele entropie alleen maar kon stijgen, dus als ik in mijn kamer de entropie deed dalen, dan moest ergens anders de chaos stijgen. Uiteraard! Niets aan te doen.

Al lijkt bovenstaande redenering volkomen redelijk, ze miskent -tot mijn grote spijt- een belangrijke voorafname. Entropie en de tweede wet van de thermodynamica gelden enkel maar op moleculair niveau. Damned! Een opgeruimde kamer heeft niet een lagere thermodynamische entropie dan een rommelige kamer en een gesorteerd pak speelkaarten verkrijgt niet meer entropie als het wordt geschud.

Gelukkig is er nog hoop: in de informatietheorie duikt de term entropie op in een context die niets met molecules te maken heeft. En daar wil ik het fijne van weten. Ik ben er immers van overtuigd dat er een wetenschappelijke verklaring moet zijn voor het feit dat sinds ons dochtertje bij ons woont het onmogelijk is geworden om ons huis opgeruimd te krijgen.

zaterdag 11 december 2010

De kast - een vervolgverhaal (deel 6)

Het ging allemaal zo snel. Nadat Petra hun dochtertje uit zijn armen had genomen om eerste hulp te bieden, greep hij naar zijn gsm om de hulpdiensten te bellen. Het kostte even wat tijd om het correcte adres van hun nieuwe huis te herinneren: “Mulheide 12, het laatste huis aan de linkerkant.” De emmers waren al uitgepakt, dus nam hij vlug de meest propere beet en vulde hem aan het aanrecht met warm water. Bij gebrek aan beters greep hij naar een keukendoek en gooide die in de dampende emmer.


“Nog iets nodig?”

“Neen, zo zal het wel gaan”, antwoordde Petra terwijl ze de handhoek stevig tegen het hoofdje van Sofie drukte. “Ze is weer een beetje rustiger, maar het bloeden wil maar niet stoppen. ”

“Ik denk dat ik de ambulance al hoor.”

“Goed, volg jij met de auto?”

“Ok”, antwoordde Mark kort, blij dat hij iets om handen zou hebben. Hij was nu niet meer in staat om zelf beslissingen te nemen en liet liefst alles aan zijn vrouw over. Zij had immers een medische opleiding en was beter bestand tegen dit soort stressituaties. Hij liep alvast naar de voordeur om de ambulanciers binnen te laten. Het flikkerende blauwe licht wrong zich door de deuropening de kamer in.

Terwijl de twee mannen in groene jassen zich over zijn vrouw en dochter ontfermden, besefte Mark dat zijn autosleutels nog op zijn nachtkastje lagen. Hij liep vlug de trap op en de gang door voorbij de kamer van Sofie. De lamp midden in de kinderkamer zwaaide nog zachtjes heen en weer. In hetzelfde ritme dansten de schaduwen ongestoord over het speelgoed in de kamer. De omvergegooide grote teddybeer lag hulpeloos onder zijn houten stoeltje. Het tapijtje, bedekt met spatten bloed, lag verschrompeld onder het kinderbed. De duisternis achter de opengebroken kastdeur werd amper tegengehouden door de magere gloed van de lamp.

De schim van Mark verscheen in de kamerdeur. In zijn handen hield hij een pak kleren voor zijn vrouw vast. Zelf had hij, nadat hij zijn sleutels had gevonden, vlug nog andere kleren aangetrokken. Hij leek heel even Sofie’s kamer in zich op te nemen, maar schrok uit zijn roes door het geluid van een dichtslaande deur. Marks schakelde het licht uit.

De kamer werd weer gehuld in complete duisternis. Stil. Doodsstil.

Net toen hij de voordeur wou openmaken, viel zijn blik op de ingebouwde brievenbus. Een brief. Zonder nadenken greep hij het papier vast en stak het in zijn broekzak. De ziekenwagen vertrok net toen hij de voordeur weer op slot deed. Mark spurtte naar de wagen, want hij had geen enkel idee waar dat ziekenhuis zich bevond. Hij zou de ambulance wel moeten volgen. De wagen startte en Mark reed de oprit af. Toen hij de straat wou oprijden zag hij nog net de ziekenwagen om de hoek verdwijnen. Plots priemden twee lampen door het schemerduister en een andere wagen schoot de weg op. Die wagen had zich blijkbaar verborgen gehouden aan de kant van de weg.

Mark begreep hier niets van. Wie rijdt er op dit uur nog rond? Het leek bovendien wel alsof die onbekende wagen ook de ambulance volgde. Zij vermoeden werd bevestigd toen hij een kwartier later de bezoekersparking van het ziekenhuis opreed en zag hoe iets verderop een persoon uit diezelfde wagen stapte om vervolgens vlug naar de ingang te lopen.

Hij was dit voorval compleet uit het oog verloren tot hij een paar uur later het juiste verband zou leggen. De dokters hadden Sofie onderzocht en bevestigden dat de verwondingen redelijk oppervlakkig waren. De wond rond haar oogje was wel iets serieuzer en moest ook genaaid worden. Er was redelijk wat bloed in het oog terechtgekomen, maar dat probleem zou zichzelf wel oplossen. Wel waren dokters ervan overtuigd dat Sofie een lichte hersenschudding had gehad en daarom was vierentwintig uur observatie absoluut nodig. Ze waren ook erg bezorgd om het feit dat het meisje geregeld het bewustzijn scheen te verliezen, al was het maar voor enkele minuten. In de vroege ochtend gingen de artsen een neuroloog laten langskomen.

Ondertussen was het buiten beginnen regenen. Petra en Mark zaten langs het bed van hun dochter. Petra hield haar handje vast. Geen van beide ouders begreep wat er de laatste uren allemaal was voorgevallen. Ze voelden zich ongelofelijk machteloos. Had Sofie zichzelf dit allemaal aangedaan? Dat kon toch niet? Uit angst iets verkeerd te zeggen, hielden beiden hun gedachten voor zichzelf. Het gepiep van de hartmonitor was het enige dat zich niet zomaar gewonnen gaf aan de stilte.

“Wil jij ook koffie?”, vroeg Mark uiteindelijk.

“Nee, een glas water is ok.”

Mark stond op. Hij voelde de brief in zijn broekzak en greep ernaar. Hij plooide hem vlak en las wat erop geschreven stond. Hij ging weer zitten.

“Is er iets, Mark?”

Geen antwoord. Het leek alsof Mark gehypnotiseerd werd door de letters op dat witte papier. Dan sprong hij weer rechtop.

“Verdomme, personeelsparking!”, was het laatste dat hij uitriep voor hij als een wilde de kamer uitstormde.

WORDT VERVOLGD

donderdag 9 december 2010

Over helden en andere onverlaten

Het is niet echt mijn gewoonte om mensen op te hemelen en alle lof van de wereld toe te wensen, maar na het bekijken van de meest recente aflevering van God en klein Pierke moet ik waarschijnlijk toch een uitzondering maken. Op zijn eigenste, opzettelijk onhandige manier probeerde Martin Heylen een deeltje van de persoon achter de kerkleider Godfried Danneels naar boven te brengen en dit door hem een gans jaar lang van erg dichtbij te volgen. Dit concept had zijn succes al danig bewezen bij Dirk Bikkembergs en Herman Van Rompuy, maar het was pas echt vuurwerk in de aflevering over de 77-jarige nu-ex-kardinaal.

God en klein Pierke... televisie op z'n puurst.
Martin had het natuurlijk wel getroffen: de opnames waren nog maar voor de helft ingeblikt of het spook van een Roger Vangheluwe duikt op, met alle niet zo fraaie zaken voor den Godfried tot gevolg. Voor dit soort toevalligheden heeft menig programmaker zijn kleine vinger veil. En het resultaat was dan ook échte televisie. Eenerzijds hoor je wat Godfried te zeggen heeft, maar anderzijds kan je ook aan de lichaamstaal zien tot welke schaduw van zichzelf dit ventje is geworden. De commentaren spraken achteraf niet zonder reden van een gebroken man. Dit was echt televisie van de meest pure soort.

De toon van de reportage werd ook grimmiger naarmate het banale stilaan werd ingeruild voor de diepgang. Wat eerst nog klonk als “Niemand kende de verhalen, ook de publieke opinie niet.” wordt al gauw “Natuurlijk was het geweten. Maar de omvang ervan niet.” Het duale van het wereldje waarin hij zovele jaren heeft rondgezwalpt, begon duidelijk zijn tol te eisen. “We moeten ophouden met over pedofilie te praten. Je wordt daar zo moe van. Ik heb alles gezegd wat ik moet zeggen… denk ik.” Kan het nog duidelijker.

Godfried Danneels staat nog maar aan het begin van zijn verwerkingsproces: hij zit namelijk nog steeds in de ontkenningsfase. Alhoewel hij dit zelf probeert te negeren, kan hij het toch niet laten om de impact van zijn acties af te zwakken door ze in een bredere context te plaatsen. “Dat waren andere tijden” en “ook in de familiekring en sportclubs treden deze misbruiken op” mogen dan wel relevante opmerkingen zijn, maar bieden in geen enkel opzicht soelaas voor de struisvogelpolitiek die hij gedurende jaren heeft gevoerd.

Ikzelf heb Kardinaal Danneels altijd al een gevaarlijk menneke gevonden en niet alleen omwille van zijn indringende blik. Zeker in vergelijking met het conservatieve Vaticaan, werd hij lange tijd op handen gedragen als een liberale man van het volk. Maar dat imago pastte voor mij niet echt in het keurslijf van de Katholieke Kerk. Er was een diepe geloofscrisis nodig om die façade van goede bedoelingen af te werpen en het ware gelaat van Godfried te laten zien.

"Lénard, j'ai nettoyé les toilettes..."
"Merci, mon petit gamin."
Neen, geef mij maar de nieuwe aarsbisschop Léonard. Bij hem weet je tenminste waarvoor hij staat. Hij probeert immers niet om de bittere pil met een zeemzoet laagje suiker te bedekken. Zo is het! Zo zal het zijn! Kies je voor de Katholieke Kerk, dan weet je wat dat betekent. Danneels sprak mijns inziens zeer onterecht met weinig respect over de aanstelling van Léonard, al formuleerde hij dit met de profetische woorden: “We gaan er nog wat mee meemaken.” Léonard de klokkenluider! Inderdaad, André Léonard is eigenlijk de Julian Assange van de Belgische Kerk.

En dat brengt mij naadloos tot de essentie van deze post: ik sta vol bewondering voor Julian Assage van WikiLeaks en wens hem alle lof van de wereld toe. Je moet het maar doen: uit puur idealisme alles op het spel zetten in de hoop de wereld een beetje te veranderen. Nu bid ik vol religieuse overgave dat die aantijgingen van verkrachting op geen enkele grond gebaseerd zijn.

Want de val van nog een held is wel het laatste wat ik nu nodig heb. Amen.

dinsdag 7 december 2010

De eerste sneeuw

"ROTTERDAM - Met de sneeuw in het land kunnen weinigen de verleiding weerstaan een paar sneeuwballen te gooien. Maar ja, die koude handen! Een slimme ondernemer denkt daar de perfecte oplossing voor te hebben gevonden: de sneeuwbaltang. Simpelweg een schep sneeuw in de tang, even knijpen, en hopla, daar is de perfect gevormde sneeuwbal." - Algemeen Dagblad van 1 december 2010
Knijp die ballen... of zoiets.
Yep, dit is waartoe meer dan tweeduizend jaar beschaving ons heeft geleid: de sneeuwbaltang. Een 'slimme ondernemer' heeft weer een gapend gat in de markt gevonden en netjes opgevuld. En zo hoort het! Weg met die bevroren handjes. Gewoon de tang in de hand en scheppen maar. Euhm. Nu moet je die ballen natuurlijk nog altijd gooien, hé. Kan die slimme ondernemer daar niets op vinden? Een sneeuwkanon, misschien? Iets dat hetzelfde principe van de tang gebruikt om vlotjes sneeuwballen te maken en die netjes weg te schieten? Druk op een knopje en floep! Daar gaat ie! En waarom dan ook niet via een afstandsbediening? Dan kan je warmpjes thuis blijven en je ding doen. Oh, nee. Nog beter, gewoon via het internet besturen. Cool. Kan zelfs helemaal remote! Oei neen, dat bestaat al. Ze noemen dat computerspellekens (kijk hier voor een dom voorbeeld).

Hoe heb ik het zo lang zonder kunnen doen?
Ach, ik denk niet dat die slimme ondernemer de ware spirit van het sneeuwballenspel te pakken heeft. Het gaat er juist om daar buiten in de vrieskou met een rode neus naar elkaar ijskoude sneeuw te gooien. Die ijsklompen van vingers horen daar helemaal bij, joh. Dat is het 'em juist!

En toch blijft die uitvinding ongelofelijk nuttig. Niet direct om de reden waar de uitvinder op gehoopt had, maar iets met een nog grotere impact. Ik kan me vergissen, maar ik denk niet dat hij direct de ambitie had om de wereld van een nijpend probleem af te helpen. Of hij moest zijn eigen financiën als een wereldprobleem zien, tja.

Het nut van de sneeuwbaltang zou hem juist zitten in de leut die het de duizenden surfers zal bezorgen als ze die uitvinding per ongeluk op het net tegenkomen. Maar helaas, ook daar valt deze tang niet in de prijzen. De concurrentie is bikkelhard. Ik vermoed zelfs dat hij nooit in de top 100 van de mafste uitvindingen zal geraken.

Als je ooit eens een saai moment op het werk tegenkomt en je voelt je een beetje depri: surf dan naar http://www.patentlysilly.com/ en de arbeidsvreugde is plots weer daar. Believe me!

Mijn absolute topper is zonder concurrentie The Useless Machine. Vooral omdat er ettelijke filmkes van op Youtube staan. De een al zotter dan de andere.

Enjoy. En laat iets weten als ik je dag weer iets heb kunnen opfleuren.

zondag 5 december 2010

Er kruipt iets uit de mouw

Je kent dat vast wel: thuiskomen na een dag van hard werken ('t is te zeggen het equivalent van een diepe put graven onder de brandende zon, maar dan gezeten aan een bureau voor een computer) en je hebt alleen maar zin in niets doen, in de zetel te ploffen en wat voor je uit te staren.

Het Kipunji-aapje staat al direct
op de lijst van 25 meest bedreigde
apensoorten.
Maar dan blijkt dat je op de universele afstandbediening bent gaan zitten want op het televisiescherm verschijnt een natuurdocumentaire over de wouden van Tanzania. Te lui om op te staan en die remote vantussen je billen te wrikken, blijf je dan toch maar kijken. Tegen beter weten in, natuurlijk. Want je weet dat al die documentaires steevast eindigen met uitspraken die aangeven dat al dat moois wat je daarnet gezien hebt, bedreigd wordt door die monsterlijke mens. En serieus, die waarschuwende boodschap is 100% terecht, maar op dit moment kan je wel even zonder.

Plots wordt je aandacht getrokken.

"Hoog in de bomen springen de Kipunji-aapjes van tak naar tak. Deze apensoort werd pas in 2005 ontdekt."

Wat? Een apensoort die pas in 2005 werd ontdekt. In een tijd waarin je via google-maps kan controleren of je buurman toe is aan een behandeling met Head & Shoulders? In een tijd waar dat laatste onbewoonde eiland werd weggevreten door een Expeditie Robinson-televisiecrew? Hoe wonderbaarlijk is het dat een diertje van een dergelijke grootte onopgemerkt is gebleven?

Bovendien is het lot van dat aapje sterk gekoppeld aan een oranje komkommerachtig plantje. De aap is verzot op de vruchten en eet er gemiddeld een honderd per dag. Via de uitwerpselen zorgt ons aapje voor de verspreiding en dus het voortbestaan van deze plant. Des te merkwaardiger want dit plantje is al tientallen jaren bekend bij biologen.

Alsof dat nog niet genoeg is, maakt de kipunji bovendien nog eens een zeer opvallend "toeter-blaffen"-geluid. Nu ja, dat opvallend moet blijkbaar toch met een korreltje zout genomen worden.

Misschien nog opmerkelijker dan deze vaststelling is mijn eigen verbazing. Ik zat plots op het puntje van onze zetel en greep naar de laptop (neen, er staat nog altijd geen iPad op ons verlanglijstje…). Ik wou er het fijne van weten.

Aapje dat dit jaar in Myanmar werd ontdekt. Vermits
er nog geen foto's van bestaan, is dit een
PhotoShop bewerking.

Google: "newly discovered species".

Ik wist wel dat er op het gebied van micro-organismen en insecten jaarlijks tientallen nieuwe soorten werden ontdekt, maar ik was helemaal niet voorbereid op het massaal aantal reptielen, amfibieën, vogels en zoogdieren dat jaarlijks kan toegevoegd worden aan onze encyclopedieën.

Tjonge, in het Amazonegebied alleen al 1200 nieuwe soorten ontdekt in de laatste 10 jaar (zie hier). Dat zijn meer nieuwe soorten dan er Kipunji-aapjes zijn. In oktober van dit jaar werd in Myanmar bovendien weer een nieuwe primaat ontdekt (zie hier).

Waarschijnlijk vertelt dit wel meer over mezelf. Over hoe zelfingenomen ik ben beginnen neerkijken op de wereld om me heen. Dat gevoel van: been there, done that. Ach, op die momenten besef je des te meer dat het niet slecht is om ons wat nederiger op te stellen ten opzichte van de natuur. Er is immers nog zoveel wat wij niet begrijpen en misschien is het wel daarom dat dit onze bescherming des te meer verdient.

vrijdag 3 december 2010

Wie niet horen wil...

“Jij moest toch weten dat je zoiets kan oplopen? Je bent hier wel de enige in de streek! Hoe kan je nu zo dom zijn?”

Dit kreeg een 26-jarige jongen als ‘eerste opvang’ te horen van zijn huisarts vlak na de boodschap dat hij HIV-positief bleek te zijn (zie deredactie.be). Los van het feit dat elke medicus wordt opgeleid om te weten wat een gruwelijke gevolgen dit soort boodschappen kan hebben op de psychologische toestand van de patiënt, geeft die arts blijk van last te hebben dezelfde ziekte als onze aarsbisschop: veroordelingswaan.

Zelfde aidscampagne als in mijn vorige
post maar dan voor een vrouwelijk publiek
Toegegeven, de valstrik van de immanente gerechtigheid is o zo verleidelijk. Bovendien is nog niet iedereen overtuigd van het axioma dat als Léonard iets beweert dit per definitie onjuist en complete onzin is. Er is dus nog serieus wat werk aan de winkel. Laten we maar van start gaan.

“Eigen schuld, dikken bult” heeft als uitspraak wel een zekere vorm van pedagogische relevantie. Als je dochtertje, na herhaaldelijk gewaarschuwd te zijn dan het kookfornuis heet is, dan toch haar vingertjes verbrandt, dan weet je dat dit geen tweede keer zal gebeuren. Anders is het wanneer zij terstond zou veranderen in een laaiende vuurbal om te eindigen in een gloeiend hoopje grijs stof. Weinigen zullen betwisten dat de pedagogische waarde van deze laatste situatie redelijk -en ook een beetje absoluut- minimaal is. Laten we hieruit besluiten dat oorzaak en gevolg best een beetje in verhouding tot elkaar staan. Niet waar?

Alhoewel ik best geloof dat enkele wereldvreemde nitwits hier niet mee akkoord zullen gaan, vind ik dat in het geval van AIDS deze verhouding tussen onveilige seks en een dodelijke ziekte wel serieus buiten proporties staat. Spijtig genoeg vullen deze nitwits zelf ook een legioen aan blogs of staan zij aan het hoofd van een zelfbevredigende religieuze organisatie. Dus deze argumentatie is niet afdoende.

Dan proberen we het maar met de meest onomstootbare wetenschap der wetenschappen: de logica. Ok. Laten we aannemen dat als je onveilige seks hebt, het dan rechtvaardig is dat je hieraan dood gaat. In diezelfde context is het onrechtvaardig dat als je geen onveilige seks hebt en je toch nog aan AIDS komt te sterven. Denk maar aan bloedtransfusies en kinderen van seropositieve ouders. Heb je steeds veilige (of helemaal geen) seks en ga je niet dood als aidspatiënt, dan is dit uiteraard ook rechtvaardig. Maar… er is dus nog een vierde mogelijkheid. Wat als je onveilige seks hebt en toch niet dood gaat? Aha.

De logica vertelt ons dat, aangenomen dat de bovenstaande uitspraken waar zijn, deze laatste een duidelijke vorm van onrechtvaardigheid zou inhouden. Denk maar aan hoe aidspatiënten zich moet voelen ten opzichte van de lui die ongestraft onveilige seks hebben. “Waarom zij niet en ik wel?” Ik generaliseer niet, maar het zou wel eens een gedachte kunnen zijn die dan bij je opkomt.

En nu wordt het interessant. Als nu blijkt dat het rechtvaardig is dat iedereen die onveilige seks heeft ook een dodelijke ziekte krijgt, hoeveel mensen zouden dan nog op aarde rondlopen? Want wat is veilig? Zelfs in een monogaam christelijk huwelijk kan de partner een scheve schaats rijden en mogelijks HIV-positief worden. Een beginnende relatie is nog gevaarlijker. Hoe kan je ooit zeker zijn dat je partner clean is? Vertrouwen is een even groot woord dan dat het een illusie is. Vertrouwen kan duizend keer bevestigd worden, maar het heeft maar een keer nodig om volledig onderuit gehaald te worden. En dan heb je prijs, natuurlijk.

Kortom, bliksem morgen iedereen neer die ooit eens onveilige seks heeft gehad en het enige dat rest is een troep katholieke priesters en een massale hoeveelheid kinderen. En neen, dat kan nooit goed aflopen.

“Maar kom nu, Geert. Nu ga je toch veel te ver, hé. Er is onveilige seks en er is onveilige seks. Je moet dat serieus nuanceren, natuurlijk.”

Mijn antwoord: voila, als je de premisse van je betoog al serieus moet nuanceren dan blijft er van de gevolgtrekking niet veel meer over. Noem me naief, maar het aantal mensen dat seks heeft met de bewuste verwachting HIV te krijgen, schat ik toch erg laag in. Wie bepaalt hier trouwens wat veilig is? Koppel dit met de wanverhouding tussen oorzaak en gevolg en je kan maar tot één enkele conclusie komen:

AIDS IS EEN PERTINENTE ONRECHTVAARDIGHEID!

woensdag 1 december 2010

Open je ogen voor AIDS ze sluit

1 december, wereldaidsdag. HIV/AIDS is in meer dan een opzicht een moderne ziekte. Het is niet alleen het heetste topic op het lijstje van onze aarsbisschop, het is bovendien een ziekte die in principe geen onderscheid maakt tussen arm en rijk. Zelfs in de westerse wereld tiert dit virus welig omdat het, in tegenstelling tot bij voorbeeld cholera, niet gevoelig is voor de levensstandaard.

Gosh, Geert. Begin jij nu ook
al symboliek ik je illustraties te steken?
Nee, joh. Gewoon seks...
Het is ook een moderne ziekte omdat het netjes past in ons economisch model. Aidsremmers vormen met 8,1 miljard euro omzet de twaalfde markt in de farmasector. Voor de farmaceutische industrie zijn HIV-patienten een lucratieve markt. Dagelijks slikken die mensen een ganse cocktail aan pillen. Het is voor die bedrijven dan ook geen probleem of fondsen te verwerven om de aidsremmers te verbeteren. Het is immers zo dat elk jaar dat een patiënt langer leeft er weer een jaar langer medicijnen kunnen verkocht worden. Klein detail: die aidsremmers zijn onbetaalbaar voor mensen in ontwikkelingslanden, waardoor de ziekte dan toch weer het hardst toeslaat bij de armen.

Nu ja. Blijf deze redenering volgen en je maakt zowaar de conclusie dat de farmaceutische industrie blij is met HIV/AIDS. Sterker nog: zij hebben er geen baat bij dat er een vaccin tegen HIV/AIDS wordt gevonden. En gezien de grootte van die bedrijven is het maar een koud kunstje om alle onderzoek naar vaccins te boycotten. En voila, we zitten hier weer met een nieuwe samenzweringstheorie.

Was dat maar waar. Het is al lang geen theorie meer, maar bittere ernst. De grote farmaceutische monsters hebben in het verleden zich openlijk geëngageerd in het HIV/AIDS-onderzoek door talrijke onderzoekscentra op te kopen of dik te subsidiëren. Ah, hoe altruïstisch zijn die corporations toch. Neen, we weten dat ethiek en multinationals niet samengaan. Het was die geldwolven enkel maar te doen om controle te krijgen over de onderzoekscentra.

Enkele jaren nadien blijken veel van die centra niet meer te bestaan, zijn de grote breinen gevlucht of gaat het onderzoek nog enkel over nog betere aidsremmers. Maar fundamenteel onderzoek naar vaccins gebeurt tegenwoordig quasi enkel nog onder de vleugels van universiteiten. En dan nog. Je ziet steeds vaker dat diezelfde instellingen afhankelijk worden van private investeerders. En dat blijken toch weer diezelfde Pfizer's te zijn.

Toch maar weer een signaal dat de vrije markteconomie niet steeds het antwoord is op alle vragen. Gezondheid is iets dat we best zoveel mogelijk uit de commercie houden. Een consequent en gecontroleerd wetenschapsbeleid is in dat opzicht een noodzakelijkheid. En laat dat nu net het domein zijn waar onze politieke rukkers het vlijtigst met de snoeischaar actief zijn.

Tjonge toch.



Voor zij die het nog niet kennen: dit was een fragmentje uit een van de beste series momenteel op tv "True Blood".